Portretfotografie

Basistips voor portretfotografie

Portretfotografie klinkt heel ingewikkeld. Hoe moet je het model neerzetten? Hoe moet de camera ingesteld zijn? Hoe valt het licht op het model? Dit zijn allemaal belangrijke punten. Maar er is meer. Wij geven jou enkele tips hoe je de beste portretfoto's maakt.

Instellingen | De klik | Licht

Waar moet ik op letten bij portretfotografie?

Instellingen

Hou de instellingen zo simpel mogelijk. Bij portretfotografie werk je altijd met mensen. Mensen zijn levende wezens en bewegen dus de hele tijd. Zorg er in ieder geval voor dat de sluitertijd niet te traag is om bewegingsonscherpte te voorkomen. Zorg er ook voor dat de ISO niet te hoog is om zo ruis te voorkomen. Het verschilt per camera wanneer die grens bereikt is. Bij goedkopere camera’s is er bij ISO 400 al ruis te zien en bij duurdere camera’s bij ISO 3200 of meer.

De klik

Het belangrijkste van alles is de chemie tussen de fotograaf en het model. Als er geen klik is dan wordt het heel lastig om goede portretfoto’s te maken. Zowel het model als de fotograaf moet op zijn of haar gemak zijn. Dan gaan dingen makkelijker. Als fotograaf is het dan ook een belangrijke taak om het model op zijn of haar gemak te stellen. Een van de klassieke fouten die fotografen maken is dat er niet met het model gepraat wordt voor en tijdens de shoot. Dat is heel ongemakkelijk voor het model. Blijven praten is belangrijk net als oprechte interesse tonen. Door smalltalk prikt men vaak heen en dat maakt de situatie er niet beter op. Blijven praten en gewoon blijven is het belangrijkste. Regelmatig feedback geven aan het model is ook goed. Dat geeft het model zelfvertrouwen, en zo leert het model ook. En zo worden de foto’s ook uiteindelijk beter.

Probeer genoeg te variëren zodat je meer te kiezen hebt en ook verschillende beelden hebt. Van een bepaalde pose hhoef je echt geen 40 foto’s te maken. Dat is uiteindelijk bij de selectie heel moeizaam en neemt onnodig veel ruimte in beslag. Geef het model ook regelmatig complimenten als hij of zij het goed doet. Maar maak zeker geen vulgaire opmerkingen. Dat komt de sfeer niet ten goede en kan de hele shoot verpesten. Maak het niet moeilijker dan het is, voor beide partijen! Zorg dat je je belichting en instellingen op orde hebt en dit niet tijdens de shoot allemaal nog moet doen. Dat komt niet professioneel over. Bovendien verlies je tijd en het model verliest concentratie. Uiteraard moet je soms het een en ander instellen, maar wees er niet te lang mee bezig.

Licht

Wat erg belangrijk is bij portretfotografie is licht. Je kunt het op diverse manieren het licht gebruiken: Daglicht, flitslicht, continulicht en reflectiescherm.

Daglicht wordt over het algemeen gezien als het beste licht omdat we dat licht elke dag zien. Als het model goed staat (dus geen last van schaduwen) is het model ook perfect belicht. Daglicht is ook erg sterk licht en is er in diverse kleuren. Zo is het op een zomeravond wat geler en warmer dan overdag. In de winter is het zelfs wat blauwer. Nadeel is wel dat je natuurlijk weinig controle hebt over het licht. Als het een klaarlichte dag is met een strakblauwe lucht is het licht heel hard. Als het bewolkt is, is het licht al gauw diffuus. Ook als je binnen staat moet je erg goed opletten waar je het model plaatst. Plaats het model, zo mogelijk, bij het raam. Daar komt het meeste licht door.

Om het model goed uit te lichten kan je altijd een reflectiescherm gebruiken. Daarmee kan je de delen van het gezicht of lichaam die net te donker zijn, subtiel en diffuus oplichten. Let wel op welke kleur reflectiescherm u gebruikt. Als u een gouden reflectiescherm gebruikt wordt het model ook geliger uitgelicht. Dat is te vergelijken met een foto die u maakt bij een avondzonnetje. Die ziet er wat geler uit. Omdat je dan niet flitst komt dit nog vrij natuurlijk over. Zet het reflectiescherm in een goede hoek neer of niet te dicht op het model want dat ziet men gelijk door een onnatuurlijk licht- en kleurverloop.

Soms heb je te maken met ruimtes waarbij je überhaupt weinig tot geen licht hebt, zoals donkere in ruimtes of studio's. Dan kan je kiezen tussen continulicht of flitslicht.

Het grote voordeel van continulicht is dat je precies ziet wat er gebeurt zonder een foto te maken. Met een paraplu of een softbox maak je het licht diffuus. Met LED is het ook mogelijk om de kleurtemperatuur aan te passen. Als je alles op die manier instelt kan je precies van tevoren zien hoe de foto eruit komt te zien. Het nadeel is wel dat het licht continu op het model best vermoeiend kan zijn door het felle licht. Als je sluitertijd te lang open laat staan is er kans op bewegingsonscherpte.

Dat probleem heb je niet met flitsen. Flitslicht is ontzettend krachtig maar wel heel snel. Door flitslicht te gebruiken bevries je eigenlijk de foto.

Bekijk hier de reflectieschermen Bekijk hier de studioflitssets Bekijk hier de continu lichtsets Bekijk hier de studioflitsers


< Terug naar het overzicht