Herfst

Overzichtspagina

Landschapsfotograaf Walter Spoor

Een jaar met de Fujifilm GFX50S (en de X-T2)

Natuur- en landschapsfotograaf Walter Spoor stapte een jaar geleden van zijn vertrouwde spiegelreflex over op een digitale middenformaat systeemcamera, de GFX 50s van Fuji. Het kleine broertje van deze camera, de X-T2, werd zijn reservecamera. Het was even wennen, maar Walter heeft uiteindelijk geen spijt van zijn switch, zo blijkt uit zijn verslag.  

Wie is Walter Spoor?

Al vroeg in zijn leven maakt Walter kennis met het medium fotografie, maar dat is nog in het analoge tijdperk. Pas als de eerste digitale camera’s op de markt komen gaat Walter zich echt serieus met fotografie bezighouden. Zijn grote passie is het vastleggen van het veelzijdige en chaotische landschap in al zijn facetten. Ruige bossen, ongerepte berglandschappen en woeste kusten: het zijn allemaal eindeloze inspiratiebronnen voor deze voor deze fotograaf.

Hij is altijd op zoek naar die ene, unieke foto die alleen op één bepaalde plek op één tijdstip gemaakt kan worden. Klassieke beeldcomposities spreken hem het meeste aan. Met zijn aanstekelijke enthousiasme deelt Walter zijn kennis en zijn passie graag met cursisten de deelnemers aan de reizen van de Fotoreisspecialist waarvan hij mede-eigenaar én een van de oprichters is.


Intro 

Na de introductie van de Fuji GFX is er veel geschreven en gezegd over deze spiegelloze mediumformaat camera. En er waren vragen: Moet ik overstappen? Is een spiegelreflex met een full frame sensor met 36 of 42 megapixels niet net zo goed? Kan een spiegelloos systeem goed tegen extreem weer? En hoe zit het met die elektronische zoeker? 

Voor het antwoord zat er voor mij maar één ding op: ermee gaan werken. Door een gelukkige samenloop van omstandigheden deed zich een jaar geleden via Kamera Express de mogelijkheid voor Fuji GFX-ambassadeur te worden. Voorwaarde was dat ik een volledige overstap zou maken van mijn vertrouwde digitale spiegelreflex naar spiegelloos en ik geef toe: dat was best een beetje eng. Maar je moet als fotograaf ook durven vernieuwen, dus hapte ik toe.

Mijn eerste aankoop als GFX ambassadeur was natuurlijk de GFX 50S zelf met daarbij drie lenzen: de 32-64mm, de 23mm en de 120mm. Voor een landshapsfotograaf lenzen waar je niet zonder kunt. Het was vanzelfsprekend geen optie om met één body op pad te gaan, dus als reservesysteem nam ik de X-T2 met de onvolprezen 18-55mm, de 10-24mm en de 50-140mm mee in de tas. Na fotoreizen in onder meer Schotland, Italië, Canada en Duitsland is het nu tijd mijn ervaringen met de beide Fuji’s met u te delen.


Landschap

Ik gebruik mijn camera voornamelijk voor landschapsfotografie, in wisselende en vaak uitdagende weersomstandigheden. Ik begeleid reizen met de Fotoreisspecialist en verken ook nieuwe gebieden. De beelden die ik schiet moeten van hoge kwaliteit (en resolutie) zijn, omdat ik ze op beurzen en fairs gebruik voor de promotie van de Fotoreisspecialist. Foto’s van 3, 4 meter groot moeten dan haarscherp zijn en ik realiseerde me meteen dat de middenformaat sensor van de GFX hier uitermate geschikt voor is. Deze sensor is immers 1,7 keer groter dan een full frame sensor en dat zie je in de weergave van de details.    

Hoewel ik de X-T2 kocht als back-up, bleek hij heel erg geschikt om mee te nemen als camera tijdens lange wandelingen in de bergen. Hij is compact, licht en makkelijk in gebruik.

Is het een vervanger voor de GFX? Nee, daar is het verschil toch te groot voor. Maar je kunt van de X-T2 wel zeggen dat hij voor de meeste doeleinden zeer geschikt is. De laatste tijd gebruik ik de X-T2 overigens ook voor de 4K videoverslagen van onze reizen en dat doet hij prima: Fujifilm heeft bij deze camera veel werk gemaakt van de videofunctie.


Uit de hand

De meeste foto’s maak ik vanaf een statief. Dit geeft mij rust en past vanwege de noodzakelijk scherpte gewoon ook beter bij het maken van landschapsfoto’s. Toch kun je een driepoot niet altijd gebruiken. Als je bijvoorbeeld, zoals ik vorig jaar in Groenland, vanaf een schommelend schip moet fotograferen. Dan zit er niets anders op dan te vertrouwen op je camera en je eigen vaste hand. Tot mijn grote verrassing kon ik met de (overigens gestabiliseerde) 120mm scherpe foto’s maken met een sluitertijd van een 20e seconde. Met mijn vorige systeem was dit niet gelukt.

Over extreme weersomstandigheden gesproken: ook bij temperaturen van 22 graden onder nul kon ik op één accu lang door fotograferen terwijl ik niet minder gebruik maakte van de live-view dan anders.

Over de weersbestendigheid van de GFX niets dan lof: regen, hagel, sneeuw, zout water deerden de Fuji niets; hij bleef gewoon fotograferen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het verstandig blijft de boel af en toe even te drogen.  


De zoeker

Zoals ik in het begin al schreef was ik erg benieuwd hoe de elektronische zoeker zou bevallen. Het was even wennen, maar wat zijn de voordelen groot! Het fijnste is dat ik meteen zie wat een aanpassing van instellingen (bijvoorbeeld de witbalans) doet met het eindresultaat. Om deze veranderingen, die soms heel subtiel zijn, in het veld te kunnen monitoren is een enorm voordeel. Jammer dat de X-T2 hier (nog) niet over beschikt.


Focus en diafragma

Hoewel de beeldkwaliteit van de middenformaat sensor fantastisch is, is het scherpstellen op details kritisch, zeker met een kleine scherptediepte. Als je er naast zit, zit je er meteen ook goed naast. Ik pas daarom zeker met mijn 23mm objectief focus stacking toe. Ik maak dan van één beeld meerdere foto’s waarbij ik de focus steeds een beetje verplaats. Samengevoegd geeft dit foto’s die altijd scherp zijn op de plek waar ik dat wil.

Ieder objectief heeft een zogenoemde sweetspot; de diafragmawaarde die de optimale beeldkwaliteit geeft. Bij de GF objectieven zou deze liggen tussen F16 en F20.

Maar wie zoals ik maximale scherpte over het hele beeld wil hebben, fotografeert het liefst met een zo klein mogelijk diafragma: 22 of zelfs 32. Dat heb dus ook gedaan en ik moet zeggen: het is vrijwel niet te zien. Ook over de beeldkwaliteit bij hogere ISO’s niets dan lof: zelfs ISO 6400 gaf in de afdruk nog bruikbare resultaten.    


Beeldverhouding

Als veelvuldig gebruiker van de 5:4 beeldverhouding, die een paar jaar geleden geïntroduceerd werd in spiegelreflexcamera’s, was het voor mij een absolute must dat de GFX deze beeldverhouding ook in camera heeft. In de standaard beeldverhouding van 4:3 zijn de bestanden die uit de GFX komen 51,2 megapixels groot. Bij 4:5 blijft daar een keurige 48mp van over, daar kan ik nog alle kanten mee op! Het constant kunnen wisselen naar de verschillende beeldverhoudingen in de GFX maakt het fotograferen ermee extra veelzijdig. Dit geeft zelfs met één lens, de 32-64mm, heel veel verschillende mogelijkheden. Vooral de panoramaverhouding 65:24, die nog steeds foto’s van 25 megapixels geeft, gebruik ik zeer vaak.


Dynamisch bereik

Het dynamisch bereik in een camera is bij landschapsfotografie een erg belangrijk onderwerp, door de vaak hoge contrastverschillen tussen lucht en land. Ook hier stelt de GFX niet teleur. Het ‘belichten naar rechts’ in het histogram, wat vanwege zichtbare en slecht verwijderbare ruis bij de eerste digitale sensoren onvermijdelijk was, is met de GFX absoluut niet meer nodig. Ik ben geen fan van meervoudige belichtingen en wil indien mogelijk alles in 1 belichting kunnen vastleggen. Ik belicht, al dan niet met behulp van grijsverloop filters, bijna altijd op de hooglichten in het beeld. De iets onderbelichte foto’s die dit soms geeft zijn makkelijk te corrigeren in de nabewerking.


Conclusie

Het mag duidelijk zijn: ik mis mijn DSLR niet, hoewel het me bijna driekwart jaar gekost heeft om met dit geavanceerde gereedschap net zo vertrouwd te raken als met mijn DSLR. Dit wil niet zeggen dat ik alles perfect vind. Op de GFX heb ik weinig tot niets aan te merken, maar de X-T2 kan nog wel wat verbeteringen gebruiken. Denk aan een live RGB histogram, meerdere aspectratio’s, flipover kantelbaar scherm en een betere grip. Maar al met al ben ik heel blij met mijn overstap!

 

Terug naar de overzichtspagina