Wanneer jouw camera de eerste foto’s maakt, controleer deze dan en wijzig de camera-instellingen mocht dit nodig zijn. Als de foto te donker is, verhoog je de ISO-waarde of wijzig je het diafragma om dit verder te openen. Als de foto overbelicht is, verlaag je de ISO-waarde of vernauw je het diafragma. Als je helemaal tevreden bent met de belichting, laat je de camera staan totdat hij 10 tot 12 opnamen heeft gemaakt. Als je meer opnames wilt maken met een andere hoek of met een ander voorgrondelement, herhaal je hetzelfde proces en maak je een foto, controleer je of de foto juist belicht is en dan kan je meer foto's maken.
Bliksem voorbij? Dan kan je thuis de foto's overzetten op je computer, om ze vervolgens te bewerken. Je kan bijvoorbeeld de foto's samenvoegen om ze extra bijzonder te maken. Hiervoor maken we gebruik van Adobe Photoshop.
De eerste stap is het openen van jouw basisafbeelding (de eerste opname met voorgrondelementen). Open daarna de vijf of zes beste foto’s met bliksemschichten. Selecteer deze foto's, kopieer en plak ze één voor één in jouw basisopname. Nu heb je een bestand met een basislaag en vijf of zes andere lagen. Sluit alle andere bestanden, deze zijn niet meer nodig. Kijk nu naar jouw lagenpalet aan de rechterkant, daar zul je alle lagen vinden. Als ze er niet staan, klik dan op ‘Window’ in het bovenste menu. Door op ‘Layers’ te klikken, kun je het weergeven.
Nu is het tijd om alle lagen behalve de basislaag te verbergen. Selecteer nu de laag die net boven de basislaag ligt en maak deze zichtbaar. Wijzig de overvloeimodus in 'Lichter' en verminder de dekking tussen 50-70%. Als je dit doet, is alleen de verlichting zichtbaar en worden de rest van de dingen automatisch verborgen. Herhaal dit proces met alle lagen en voilà, je hebt een afbeelding met veel bliksemflitsen. Als je tevreden bent met jouw foto, voeg je alle lagen samen en exporteer je jouw afbeelding.