Noorderlicht fotograferen
Eén van mijn doelen tijdens deze reis was het fotograferen van het noorderlicht. Daarvoor is het een vereiste dat je zoveel mogelijk licht op de sensor laat vallen voor de allerbeste resultaten. De low-light combinatie van de Sony Alpha A1 met de 14mm F1.8-lens was hiervoor mijn keuze.
De beelden die je met de 14mm F1.8-lens kunt schieten, zijn verbluffend vanwege de combinatie van de brandpuntsafstand en grootte van het diafragma. Zoals groothoekfotografen wellicht wel weten, is het perspectief al snel alsof het beeld ‘achterover valt’. Als je bijvoorbeeld schuin omhoog fotografeert, verdwijnen de bomen op de foto richting een bepaald punt. Gelukkig is de 14mm-lens zo wijd dat je de camera compleet ‘square en level’ kan neerzetten en enkel het bovenste twee derde van het beeld gebruikt voor je compositie.
Om het noorderlicht het beste vast te leggen, ben je vervolgens afhankelijk van meerdere factoren, waarbij de intensiteit en bewegingssnelheid van het noorderlicht het belangrijkste zijn. Het noorderlicht is beweeglijker dan je misschien zou verwachten en hierdoor kun je in sommige gevallen niet zomaar je sluitertijd lekker lang maken om genoeg licht op te vangen. Je zal dan zien dat je de definitie van het noorderlicht verliest en het licht op de foto eerder een uitgesmeerde groene waas wordt.