De Nederlandse Piet van den Bemd is wildlife fotograaf en hij reist hiervoor voornamelijk naar arctische gebieden. Ruim tien maanden per jaar is Piet te vinden op Spitsbergen of Antarctica. Hij organiseert fotoreizen én hij is één van de enige beeldmakers die in deze gebieden mag vliegen met een drone. Piet heeft al veel prachtige dieren vastgelegd, zoals ijsberen, orka’s en heel veel pinguïns, maar hij realiseert zich dat een deel van deze dieren bedreigt wordt door klimaatverandering. Hij vindt het daarom belangrijk om met zijn beelden te laten zien wat we moeten beschermen.
In dit interview vertelt Piet alles over zijn passie voor fotografie, hoe het is om in deze gebieden te werken én hij heeft ook advies voor andere wildlife fotografen.
Fotografie en reizen zijn er bij Piet met de paplepel ingegoten. “Ik heb het geluk gehad dat ik al van jongs af aan heb gereisd. Daarnaast is mijn vader fotograaf en ik heb eigenlijk altijd afgekeken hoe hij het nou eigenlijk deed.” Op zijn zestiende kreeg Piet zijn eerste camera en toen kon hij ook zelf de reizen vastleggen. “Ik ontwikkelde al snel een passie voor de natuur en daarom besloot ik om ecologie te studeren. Na verloop van tijd kwam het besef dat ik liever de natuur vastleg met een foto, dan dat ik het bestudeer.”
Deze realisatie kreeg hij tijdens een stage in Noord-Noorwegen. “Ik werkte in een team dat walvissen bestudeerde. Je kunt bepaalde walvissen namelijk identificeren aan hun staarten en rugvinnen. Als je die maar vaak genoeg fotografeert, ga je vanzelf herkennen dat iedere orka en potvis een uniek patroon heeft. Het is echt bizar.” Tijdens zijn stage legde Piet honderden walvissen vast. “Het was niet mijn doel om een mooie foto te schieten, maar sommige foto’s waren wel goed gelukt.” Iemand vroeg aan hem of die één van Piets foto’s kon kopen. “Ja, dacht ik, je mag ‘m best hebben. En dat is eigenlijk de eerste keer dat ik een foto heb verkocht.” Tijdens deze stage veranderde Piets hobby in zijn werk. “Ik heb de laatste tien jaar op professioneel niveau gefotografeerd. Ik heb eigenlijk nooit ander werk gehad dan fotograaf.”
Nu brengt Piet ruim tien maanden per jaar door in Spitsbergen en Antarctica om wildlife te fotograferen en reizen te begeleiden. “Ik reis echt naar de uithoeken van de wereld. Als je me nu naar m’n favoriete bestemming vraagt, dan is dat Spitsbergen.” Piet legt uit dat dit Noorse eiland ontzettend ruig en extreem is. “Het is zo ver weg van de realiteit.” Maar wat is dan het verschil met Antarctica? “Op Antarctica heb je veel wildlife. Je vindt er duizenden pinguïns en ook veel walvissen. Terwijl je in het noorden, op Spitsbergen, echt je best moet doen om dieren te vinden.” Tijdens zijn groepsreizen naar Spitsbergen zijn er soms fotografen die denken dat ze alles te zien krijgen. “Maar wildlife is niet te plannen. Als je geluk hebt, vind je een ijsbeer of een walrus, maar er zijn geen garanties.”
Hij herinnert zich een moment dat hij een ijsbeer met haar jong vastlegde. “Ik heb er uren ingestopt om een connectie op te bouwen met de moeder ijsbeer. Je moet je voorstellen dat ik op hetzelfde ijs lag als waar zij op stonden. Er zat geen water tussen. Deze moederijsbeer liet mij volledig toe in hun wereld, zag mij niet als gevaar en ik haar ook niet." Hij legt uit dat het hiervoor belangrijk is om het gedrag van zo'n ijsbeer te herkennen en vertrouwen te creëren. "Je maakt dan connectie met één van de toppredatoren van de wereld. Waanzinnig."
De ijsbeer is één van de grootste bedreigde roofdieren. “Ze zijn inmiddels het iconische beeld van klimaatverandering geworden. Het gaat echt slecht met ze. Dat ik de kans krijg om ze zo vast te leggen, is echt fantastisch.” Piet is zich bewust dat hij veel geluk heeft dat hij deze reizen mag maken en hij realiseert zich dat we altijd te gast zijn in de natuur. “Ik vind duurzaamheid echt belangrijk. Ik hoop dat ik met mijn beelden een ander perspectief kan laten zien. We hebben het altijd over klimaatverandering en dat we de poolgebieden moeten beschermen. Maar wat mensen niet kennen, kunnen ze niet beschermen.”
Hij wil met zijn beelden de schoonheid van de natuur laten zien. “Wanneer je een moederijsbeer met een kind ziet, kun je alleen maar zeggen dat je de dieren en hun leefomgeving wil beschermen. Niemand denkt ‘oh ja, boeien’. We moeten het uiteindelijk samen doen. Ik draag graag mijn steentje bij op deze manier.”
Om deze gebieden te laten zien, gebruikt hij ook een drone. Maar een paar mensen per jaar krijgen toestemming om in deze gebieden te vliegen en Piet is er één van. “Drones zijn natuurlijk vervelend voor wilde dieren en stel je crasht een drone, dan verdwijnen er hele grote batterijen naar de bodem van de zee. Dat wil je niet.”
Het werken in arctische gebieden komt wel met risico’s voor zijn drones, camera’s en andere apparatuur, vertelt Piet. “Gear gaat in deze weersomstandigheden kapot. Het is altijd zout op zee en alles bevriest. Ik vlieg echt door mijn camera’s heen.” Op reis heeft Piet altijd drie Canon EOS R5 camera’s bij zich, tientallen geheugenkaartjes en een stuk of twintig accu’s. “En dan hoop ik maar dat het genoeg is. Als iets kapot gaat, kan ik niet even op internet om het te bestellen. Ik zit op de meest uiterste plekken van de wereld.”
Dit betekent ook dat de foto’s die hij schiet niet altijd perfect zijn. Soms zit er een vlekje op de lens bijvoorbeeld, maar dit bewerkt hij niet. “Ik hou ervan om mijn beelden zo puur mogelijk te houden, maar ik ben ook echt een waardeloze editor.” Hij krijgt soms wel reacties van andere beeldmakers dat z’n beelden iets extra’s kunnen gebruiken. “Met highlights hier en contrast daar. Maar zo was het helemaal niet. Ik kan het me niet zo herinneren en zo heb ik de foto ook niet genomen. Wat er niet is, kun je ook niet toevoegen.”
Piet zou dit werk nog lang willen blijven doen. “Soms denk ik, waarom doe ik dit werk eigenlijk? Niet voor een paar honderd likes op Instagram. Ik wil in de toekomst meewerken aan een groter geheel. Of dat nou een documentaire gaat zijn of logistiek helpen voor de wetenschap, dat maakt mij niet uit. Ik weet zeker dat ik over een paar jaar een groter steentje bijdraag aan het behoud en beschermen van deze gebieden.”
Wil je zelf ook aan de slag met wildlife fotografie? Lees dan eens deze tips van Piet.
Vergelijk jezelf niet met anderen. “Echt alles op de wereld is al eens gefotografeerd. Probeer jezelf dus niet te vergelijken met anderen. Verbeter dan ook alleen je eigen werk en niet dat van een ander. Doe waar jij je goed bij voelt.”
Schiet niet in de stress. “Als ik gestresst of gehaast werk, kan ik wel vergeten om een goede wildlife foto te schieten. Je moet rustig blijven en gevoel hebben bij je onderwerp. Je kunt het niet forceren. Als het komt, dan komt het. Uiteindelijk lukt het je met 1250e van een seconde.”
Het beeld hoeft niet perfect te zijn. “Het mooie aan fotografie is dat er geen goed of fout is. Fotografie is gebaseerd op gevoel en emoties. Daarvoor hoef je geen regels te kennen of goed te kunnen editen. Ik bewerk mijn foto’s ook niet. Naast dat ik het niet nodig vind, ben ik er ook echt slecht in. Maar zolang jij als fotograaf achter je eigen beeld staat en gelooft in je eigen werk, dan is het goed genoeg.”
Raak niet gefrustreerd. “Waar je ook wildlife wil fotograferen, raak niet gefrustreerd als het niet lukt. Stop en probeer het na een dag of twee weer. Ga niet geforceerd achter je camera zitten. Of je nou op Antarctica zit of op de Veluwe: Je moet er echt van kunnen genieten en je kunt wildlife niet forceren.”
Website: www.naturalhigh.one
Instagram: @pietvandenbemd
Voor zijn beelden gebruikt Piet altijd Canon EOS R5-camera’s. Zijn favoriete lens is de 400mm f/2.8, maar hij schiet ook graag met een 600mm. Zijn dronebeelden maakt hij met een DJI Mavic 3. Daarnaast zijn batterijen en geheugenkaartjes onmisbaar tijdens zijn reizen.
Ben je nieuwsgierig naar meer werk van Piet? Bekijk hieronder dan eens een greep uit zijn portfolio.