Reportageflitsers keuzehulp

Reportageflitsers, ook wel opzetflitsers genoemd, beschikken over tal van handige functionaliteiten waarmee u de kwaliteit en de lichtinval van uw foto’s kunt verbeteren. Aangezien er de nodige termen en getallen verbonden zitten aan het gebruik van een reportageflitser kunt u voor alle uitleg terecht in onze keuzehulp. Hierin vindt u informatie over de verschillende functionaliteiten, de optimale instellingen en de omgang tijdens wisselende belichtingen.

Flitssynchronisatie met de camera

De reportageflitser is eenvoudig te bevestigen aan de bovenkant van een camera, waarna deze via connectiepunten met de camera kan communiceren. Dit is essentieel om de flitser en camera zo af te stellen dat de flitser op het gewenste moment afgaat en de juiste belichting voor de foto brengt. De werking van een flitser is een redelijk ingewikkeld proces en is afhankelijk van de sluitertijd van uw camera. De flits zelf duurt namelijk slechts een fractie van een seconde (1/1000, 1/2000) en dient dan ook in de sluitertijd (1/100, 1/200) van de camera te vallen. De sluitertijd van de camera wordt bepaald aan de hand van de tijd die de twee zogenoemde gordijnen erover doen om door het beeld te bewegen. In de periode tussen het bewegen van deze twee gordijnen wordt het beeld vastgelegd, waarna de lichtinval wordt stopgezet. Hier tussenin dient de flitser zijn werk te doen. Bij een te korte sluitertijd is het niet meer mogelijk om de flits tussen de twee gordijnen de foto te laten belichten. Hierdoor ontstaat er een zwarte schaduw over de foto. Om dit te voorkomen beschikken de huidige reportageflitsers over een pulserende flitser, die snel achter elkaar geactiveerd wordt en zo voorkomt dat er zwarte vegen in het beeld ontstaan. Het nadeel van de techniek is dat de flitskracht verdeeld moet worden over het aantal flitsen. Bij vijf korte flitsen kan elke flits maar 20% van het maximale vermogen verbruiken. Kijk dus altijd goed naar de flitsduur en het richtgetal van de reportageflitser. In het volgende hoofdstuk zullen we ingaan op de betekenis van het richtgetal. 

Richtgetal van een opzetflitser

De kracht of het vermogen van een flitser wordt uitgedrukt in het richtgetal. Dit getal geeft de maximale afstand in meters aan waarop het object zich mag bevinden bij een ISO-waarde van 100. Het aantal meters is afhankelijk van het gebruikte diafragma. Met een richtgetal van 50 bij een diafragma f/1.0 is de maximale afstand 50 meter. Met elke stap in de diafragmareeks neemt de afstand echter af. De afstand kunt u eenvoudig uitrekenen door per stap de afstand door 1,4 te delen. Bij diafragma f/1.4 wordt de afstand dus al teruggebracht tot 35,7 meter. Met een hogere ISO-waarde dan 100 kunt u de afstand weer verhogen, hierbij vermenigvuldigt u het getal namelijk weer met 1,4. Bij een richtgetal van 50 bij het gebruik van ISO 200 en een diafragma van f/1,4 blijft het maximaal aantal meters dus op 50 staan. Om het voor u als fotografieliefhebber niet al te ingewikkeld te maken, kunt u aan de hand van uw voorkeur een juiste keuze maken. Wanneer u vooral geïnteresseerd bent in portret- en productfotografie dan is een kleiner richtgetal (rond de 40) prima. Als uw voorkeur ligt bij natuur- of stadsfotografie dan is het aan te raden een reportageflitser met een hoger richtgetal (rond de 60) te kiezen. Echter is het richtgetal niet bindend, want dit getal is zoals vermeld afhankelijk van het gebruikte diafragma.

Manieren om de flitser te ontsteken

  • Interne flitser: Tegenwoordig beschikken steeds meer interne flitsers over de functionaliteit om een signaal af te geven naar een externe flitser. De interne flitser van een camera zal dan een stuurflits naar de reportageflitser versturen om deze te laten afgaan.
  • Infrarood trigger: Met een infrarood trigger kunt u via een infraroodsignaal de flitser afstellen op de camera. Voordeel hiervan is dat triggers redelijk secuur werken en goed kunnen worden afgesteld op de sluitertijd van de camera. Nadeel is dat de infraroodsensor via een zichtbare lijn tussen de flitser en camera dient te lopen.
  • Radiozender: Het ontsteken van een flitser via een radiosignaal werkt via een zender en ontvanger. Voordeel hiervan is dat er geen storing plaatsvindt indien u op een grote afstand staat. Ook deze manier van ontsteken werkt nauw samen met het afstellen van de sluiter- op de flitstijd.

Bedieningsmethoden van de camera

  • Autofunctie: TTL staat voor ‘Throught the Lens’ en is een belichtingssysteem dat door verschillende flitsermerken wordt ondersteund. Het systeem dient als een autofunctie om de flitser van de correcte belichtingsstand te voorzien. Uiteraard hangt het effect af van de instellingen zoals het diafragma en de sluitertijd, maar over het algemeen speelt het systeem goed in op de situatie. Mocht u toch nog een wijziging willen maken, dan kunt u in de instellingen de kracht van de flitser wijzigen. Een andere optie is om deze volledig handmatig te bedienen, uiteraard dient u dan wel alle belangrijke berekeningen zelf te maken.
  • Handmatig: Wanneer u aan de slag gaat met een reportageflitser, dient u een keuze te maken uit de verschillende programmastanden van uw camera (P, S, A). In elk van deze standen dient u één of meer instellingen zelf te doen. In de Manual stand heeft u de volledige controle over het gebruik van de camera met flitser, maar deze stand vergt wel wat ervaring.
  • Combinatie: Voor verschillende situaties zijn andere combinaties tussen de handmatige en autofunctie van toepassing. Met de camera in de P-stand en de flitser op Manual heeft u een mooie invulflits, maar voor optimale scherptediepte is de combinatie van A op de camera en TTL op de flitser van toepassing. Wanneer u interesse ligt in portretfotografie is het werken met de A-stand op de camera en flitser op Manual aan te raden. De combinatie tussen S op de camera en de flitser op Manual wordt vooral gebruikt bij het werken met een lange sluitertijd.

Functies en accessoires van een externe flitser

Het voordeel van het aanschaffen van een reportageflitser is dat de kwaliteit van de foto’s onder verschillende omstandigheden sterk verbeterd kan worden. Reportageflitsers zijn dan ook uitgerust met een aantal handige functies, welke voor diverse fotografiestijlen kunnen worden gebruikt. Wij lichten een aantal belangrijke functionaliteiten uit:

  • Kantel- en draaibare kop: Reportageflitsers die beschikken over een kantel- en/of draaibare kop bieden de mogelijkheid om niet alleen rechtstreeks naar een object toe te flitsen, maar ook via muren en plafond het licht te laten weerkaatsen. Hiermee voorkomt u de harde schaduwen die u krijgt wanneer er rechtstreeks op een object wordt geflitst. Weerkaatsing is dan ook zeer belangrijk indien u het licht wilt verdelen over het onderwerp. Door gebruik te maken van een reflectiescherm kunt u buiten ook van het voordeel van lichtweerkaatsing genieten.
  • Bounce card: Wanneer u direct via de flitser de lichtweerkaatsing wenst te regelen dan kunt u gebruik maken van een bounce card. Dit kaartje kunt u boven de flitser uitschuiven zodat het lichtoppervlak wordt vergroot. Voordeel hiervan is dat er een natuurlijke belichting ontstaat.
  • Voorzetlens: Sommige flitsers beschikken een zogenoemde voorzetlens, een klepje dat kan worden bevestigd vóór de flitser. Hiermee kan het licht van de flitser over een grotere afstand worden verspreid.
  • Ontvanger: Indien een flitser over een ontvanger beschikt, is het mogelijk om via een draadloze verbinding te communiceren met de flitser.

Oefening baart kunst

Als laatste willen we u meegeven dat voor elke reportageflitser geldt dat u met voldoende oefening de invloed van een externe flitser op het onderwerp leert te begrijpen. Door te spelen met de weerkaatsing van licht op het object komt u er vanzelf achter hoe u het licht verspreid of juist bij elkaar houdt. Zorg ervoor dat de reportageflitser bevestigd kan worden op het type camera dat u heeft. Hiervoor kunt u terecht bij de productinformatie van de flitser.

Zie hier onze top 10 flitsers

Zie hier ons complete aanbod aan reportageflitsers