Een gelaagd beeld
Wat een beeld nog interessanter maakt zijn lagen. Je deelt het beeld op in verschillende onderdelen: de voorgrond, het middenstuk en de achtergrond. Zowel op de voorgrond, het middenstuk en op de achtergrond moet iets te zien zijn. Zo neem je de kijker mee in de foto. Het moet natuurlijk wel bijdragen aan het uiteindelijke gewenste resultaat en thema van de foto. Bij een landschapsfoto zorgen bijvoorbeeld omgevallen bomen, struiken, een schuurtje of een waterlijn voor interessante lagen.
Door te kijken naar het landschap in lijnvormen, bereik je snel een aantrekkelijk beeld en neem je de kijker gemakkelijk mee in het beeld. Probeer maar eens de rij bomen, de slootjes in het weiland en de horizon te zien als lijnen. Lijnen geven automatisch diepte in je foto. Schaduwen doen dit overigens ook. Vooral bij een laagstaande zon krijg je vaak interessante schaduwen en lijnspel.
Kies het juiste standpunt
Het standpunt waaruit je fotografeert is zeer bepalend voor het uiteindelijke resultaat. Over het algemeen kun je aanhouden dat een hoger standpunt meer overzicht geeft en een lager standpunt het gevoel dat je als kijker in het landschap staat. Het is dus erg afhankelijk van het soort landschap dat je fotografeert en het resultaat dat je wilt bereiken met je foto. Het is verstandig om meerdere opties uit te proberen zodat je later kunt kiezen uit het beste effect.
Je creativiteit inzetten is zeker nodig. Soms bereik je net meer hoogte door op een hek te klimmen en krijg je zo het perfecte plaatje.