Sacha de Boer over analoge fotografie

Wie is Sacha? | Interview | Tips van Sacha



Sacha de Boer is journalist en fotograaf. Ze kreeg bekendheid als een van de vaste gezichten van het NOS Journaal. Naast haar werk op de redactie van het achtuurjournaal werkte zij freelance als fotograaf. Na 21 jaar stopte ze met haar journalistieke baan en richtte zij zich op haar fotografie-klussen.

Inmiddels werkt de oud-journalist fulltime als fotograaf, en met succes. Bekijk haar website voor haar fotografie-projecten, waarbij Sacha zich vooral toelegt op portretten, documentaire- en foodfotografie. De Boer maakt zowel vrij werk als werk in opdracht. Denk aan NRC, National Geographic Traveler en meerdere uitgeverijen. Sacha exposeert regelmatig en vertelt tijdens lezingen met smaak over haar observaties en ervaringen.

"Het begon met de Agfa Clack die ik op mijn zevende cadeau kreeg"



Het vak leren van de buurman

“Wij woonden in Amsterdam, naast fotograaf Eddy de Jongh die bevriend was geraakt met mijn ouders. Hij werkte voor Vrij Nederland en maakte journalistieke reportages en portretten. De buurman maakte ook foto’s van ons gezin. Dat deed hij ook toen we later niet meer naast elkaar woonden; we bleven een band met hem houden.

Hij vertelde mij dat het een zwaar beroep was en dat sommige werkdagen heel saai waren. Dan moest je bijvoorbeeld kantoorpanden fotograferen. De buurman benadrukte ook dat je met zijn beroep amper iets verdiende. Maar daar trok ik me niks van aan. Ik was al jong verslingerd aan fotografie. Ik vond het fascinerend dat je de tijd vast kon leggen. Door te klikken, kon je een indrukwekkend moment bewaren. Je kon die momenten zelfs verzamelen. De buurman gaf me een belangrijke tip. Hij zei dat je als fotograaf het beste naar je intuïtie kon luisteren. Niet beredeneren, maar vastleggen.”

"Ik was al jong verslingerd aan fotografie en vond het fascinerend dat je de tijd kon vastleggen"


De eerste Agfa Clack

“Het begon voor mij met de Agfa Clack die ik op mijn 7e cadeau kreeg. Die camera was van mijn vader geweest. Hij was ook erg enthousiast over fotografie. Dat werkte aanstekelijk.

Ik maakte foto’s van dieren. Mijn vader drukte mijn foto’s zelf af, door fotopapier met het negatief erop te belichten onder een lamp, en vervolgens in baden ontwikkelaar, stopbad en fixeer te leggen.

Op een gegeven moment kreeg ik ook een bijbaantje bij een fotograaf. Ik klets altijd met iedereen en dat had ik toen ook al. Ik praatte op een dag met de nachtportier van een drukkerij. Hij bleek een fotograaf te zijn. Ik zei: 'o, wat gaaf, dat wil ik ook worden.' Hij antwoordde: 'Nou, dan heb ik wel wat klusjes voor je.' En zo ging ik met hem mee als hij modellen moest fotograferen of stillshots voor speelfilms. Mijn klusjes bestonden uit het sjouwen van de statieven, de flitslampen opzetten, het inrollen van de filmrolletjes en het bijlichten met een reflectiescherm. Daar heb ik veel van geleerd."

"In mijn studententijd gebruikte ik de badkamer als doka. Als er iemand naar de wc moest, dan doekte ik de boel weer op"


De eerste spiegelreflexcamera

“Fotografie heeft me vanaf die tijd niet losgelaten. Rond mijn 12e leeftijd begon ik met het sparen voor een spiegelreflexcamera. Die was zodanig duur dat ik hem pas rond mijn twintigste verjaardag kon kopen."



Sacha studeerde in die tijd. Ze zat op kamers en deelde een etage met huisgenoten. Ze moest een beetje improviseren om haar foto: "De gezamenlijke badkamer gebruikte ik als doka. Ik legde een plank op de wc en zette daar mijn belichtingsmachine op. Op de douchevloer stonden mijn bakken met ontwikkelaarstopbad en fixeer." Lachend: "En als er iemand naar de wc moest, dan doekte ik de boel weer op."


De eerste klussen

"Ik verdiende geld met kleine fotografieklussen. Zo fotografeerde ik voor het studentenblaadje en maakte ik portretten van hoogleraren. Op een gegeven moment ging ik foto’s maken voor een castingbureau. Zij benaderden me aanvankelijk als model maar daar had ik geen zin in. Ik zei: 'Het lijkt me veel interessanter om part-time foto’s te maken.' En nee, dat vond ik niet eng om te zeggen.

Ik denk dat ik veel te danken heb aan het feit dat ik een combinatie van lef en naïviteit in me heb. Ik reageer vaak spontaan, zeg dat het me leuk lijkt om te doen en begin er gewoon aan. Dan zie ik vanzelf wel hoe het loopt. De mensen van dat bureau zeiden: 'oké, laat maar eens wat zien.' Ik had inmiddels een aardig portfolio en daar reageerden ze positief op."

"Ik verpestte een groot deel van een serie doordat ik de sluitertijd niet goed instelde. Nou, dat overkomt je één keer"


Leren van fouten

“Ik heb het meeste geleerd door fouten te maken. Ik weet nog goed dat ik een keer een groot deel van een serie verpest heb bij dat modellenbureau. Ik maakte foto’s van modellen en acteurs voor hun portfolio, maar werkte met de studioflitsers van het castingbureau (waar ik geen ervaring mee had) en had de sluitertijd niet goed ingesteld (meer dan 250). Je krijgt dan een zwarte balk in je foto. Daar had ik geen idee van. Ik deed toen nog maar wat. Het gevolg? Bijna al die foto’s waren verpest.” Ze lacht hard en vervolgt: “Nou, zoiets overkomt je maar één keer in je leven, daarna stel je het wél goed in.

Bij analoge fotografie zit er natuurlijk wat tijd tussen voordat je de foto ziet die je hebt gemaakt. Als je intuïtief fotografeert, dan druk je op de ontspanknop als je het gevoel hebt dat je iets bijzonders ziet. Je kunt soms niet meteen uitleggen waarom je die foto maakt, maar daar moet je je niet door laten weerhouden. Als je te lang nadenkt, is het moment namelijk weg.”

"De mogelijkheden van beeldtaal zijn eindeloos"

Beeldtaal en het overbrengen van de boodschap

“Ik studeerde Psychologie en Communicatiewetenschap en ging níet naar de Fotovakschool, wat je misschien zou verwachten als je hoort hoe gek ik op fotograferen was. Het klinkt heel suf, maar dat kwam ook door de locatie. Die school zat in Apeldoorn en die plaats vond ik nou niet zo spannend klinken op die leeftijd. Alles speelde zich af in Amsterdam. Dáár gebeurde het. De UvA stond bovendien bekend om CREA. Je kon daar creatieve vakken volgen zoals fotografie, doka en videofilmen. Die heb ik ook allemaal gedaan. Ik heb eindeloos in de enorme doka daar gehangen.

De FotoVakschool was niet gericht op creativiteit, maar puur op de techniek. En die beheerste ik al. Ik was niet blanco. Ik ontwikkelde mijn zwart-wit-foto’s al een tijdje zelf. Kleurenfoto’s bracht ik naar het lab en dat vond ik wel prima.


In die tijd kon je nog 6 jaar studeren en ik wilde zo veel mogelijk kennis opdoen. De studies Psychologie en Communicatiewetenschappen zijn, net als fotografie, gericht op het overbrengen van de boodschap. Dat laatste heb ik altijd boeiend gevonden, in welke vorm dan ook.

Toen ik in de journalistiek terechtkwam bij AT5 als redacteur, verslaggever en filmer, vond ik het uitdagend om beeldverhalen te maken. Ik filmde verhalen, stelde vragen en deed het edit-gedeelte zelf. Nog steeds vind ik het verrassend om te zien hoeveel vormen van beeldtaal er bestaan. Het ene beeld is stilstaand, heel sec en zen, en moet je zelf invullen. Het andere is drukker en geeft veel van het verhaal weg. Kleuren van films worden gecorrigeerd om een bepaalde sfeer en emotie op te roepen. De mogelijkheden van beeldtaal zijn eindeloos."

"Analoge fotografie is voor mij een luxe. Daar houd ik me mee bezig als ik geen tijdslimiet heb"


Huidige analoge foto-projecten

“Nog steeds maak ik analoge foto’s, maar alleen als ik vrij werk maak. Bij commerciële opdrachten moet je snel en efficiënt werken. Je wil dan zo veel mogelijk tijd besparen. Een filmpje wegbrengen is dan niet handig. Daar heb je geen tijd voor.

Analoge fotografie is voor mij een luxe. Daar houd ik me mee bezig als ik geen tijdslimiet heb."


De magie van analoge fotografie

"Analoge fotografie is ambachtelijk. Vergelijk het met slow cooking. Je werkt in een ander tempo. Rustig, goed en grondig. Daarbij: in een Hasselblad stop je een filmpje met slechts 12 foto’s. Daar ben je aan gebonden, dat is lekker overzichtelijk."


Terug naar de basis

"Ik vind het ook interessant om, als ik mijn analoge camera mee heb, terug te gaan naar de basis. De belichting móet goed zijn. Alles moet goed zijn. Ik ben ermee opgegroeid, tot mijn 30e werkte ik altijd analoog, dus voor mij is het heel normaal. Mijn foto’s zagen er vroeger altijd zo uit en de foto’s in mijn familiealbum zijn analoog. Mijn eerste foto-ervaring was analoog.

Analoge fotografie klinkt romantisch maar dat is het niet. Het is heel hard werken. Ik scan niets in om te bewerken. Als ik analoog fotografeer, dan ga ik ook all the way. Dan zorg ik dat de foto juist is genomen, en dat er niets ‘gered’ hoeft te worden in de nabewerking. Oftewel een juist belicht negatief, waardoor je goede afdrukken kunt maken. Daarna is het ook klaar.


Ik vind het soms grappig om het werk van jongeren te bekijken die analoge fotografie ontdekken. Sommige foto’s zijn echt ruk. Ze zijn slecht belicht. Je ziet dat de niet-ervaren analoge fotografen vertrouwen op de automaat die ze in de digitale camera wel hebben. Ze denken niet na over het diafragma of de sluitertijd. Je moet je wel realiseren dat de standaard juist hoger ligt bij analoge fotografie. Analoge fotografie is geen excuus om maar wat te doen. Je moet juist een tandje hoger gaan en echt je best doen.”

"Analoge fotografie klinkt romantisch maar het is heel hard werken"

Analoge favorieten

"Ik heb natuurlijk meerdere analoge camera’s en sommige hebben een extra betekenis voor me. Zoals die eerste Agfa Clack, die heb ik nog steeds.

Daarnaast heb ik een Leica M4, die eerst van Eva Besnyo was, en later van Ata Kando, beide Hongaarse fotografen. Ata hield zich veel bezig met sociale onderwerpen. Zo bracht ze Hongaarse vluchtelingen in beeld, net als bedreigde Indianen in het Amazonegebied. Tegelijkertijd maakte ze ook liefelijke foto’s van haar kinderen, in sprookjesachtige settings. Met haar en Diana Blok maakte ik het project The Living Other waaraan meer dan 70 fotografen meededen. Zo zijn we bevriend geraakt.

Koos Breukel vroeg of ik meedeed aan zijn project PS Camera, waarin hij huidige fotografen uitdaagde om oude analoge camera’s te gebruiken. Camera’s van illustere voorgangers. Een inspirerend idee. Het voelde voor velen alsof de geest van die beroemde fotograaf nog in de camera zat.

Ik maakte een foto met de Leica van Ata. Zij gaf mij de camera omdat ze, door haar hoge leeftijd, niet meer kon fotograferen. Mijn onderwerpkeuze werd Ata Kando zelf. Ze werd in dat jaar 100.

Ik heb twee filmpjes vol geschoten van Ata die ik een Rolleiflex in handen had gegeven; net zo een als zij vroeger zelf had. Het licht kwam van het instellicht van mijn Bowenslamp met softbox, de Leica had ik ingesteld met een diafragma van 3.5, sluitertijd 1/60 en ik moest geconcentreerd scherpstellen omdat Ata heel beweeglijk was.


Toen ik het contactvel terugkreeg van het lab, keek ik in eerste instantie naar de foto’s waarop ze me aankeek. Al snel besefte ik dat ik over het beste beeld heen keek. Dat was de foto waarin ze bijna verdween achter haar Rolleiflex.


Ata Kando werd zelf de camera. Dit portret stond zo symbool voor hoe haar leven was. De camera was een verlengstuk van haarzelf. Het werd een portret in brede zin. Het was niet iemand die naar voren keek, maar je zag een gehele persoonlijkheid erin terug. Alles was mooi: de beeldrijm van de lenzen van de rollei, de krullen in haar jurk en de krul in haar haar... En als je beter kijkt, zie je ook de schoonheid van de yin yang van haar handen en de patronen op haar jurk, de lijnen en de lichtinval.”

Deze foto heeft in Museum Kranenburgh gehangen bij de overzichtstentoonstelling. Het was Ata’s favoriet en ik was zo trots! De foto hing later nog in het Museum Rotterdam en Museum Hilversum en werd veel gepubliceerd toen Ata overleed. Uiteindelijk is Ata 103 geworden.

Fascinerend, vind je niet? Een fotograaf die zo oud wordt. Daar zei Howard Greenberg eens iets moois over. Hij is een fotoverzamelaar en galeriehouder in New York met bijzonder veel foto’s van oude fotografen in zijn collectie. Ik interviewde hem een keer (live) en vroeg wat volgens hem het geheim was van al die fotografen op leeftijd. Zijn antwoord was: “fixer is the elixer.’’ Als je veel met je neus in de fixeer zit, dan word je oud. Het is maar een tip!"

"Fixer is the elixer"




Ongemak weghalen tijdens fotoshoots

"De communicator in mij is er altijd, ook tijdens een fotoshoot. Ik praat de hele tijd, ik geef uitleg als ik de camera instel, stel vragen, ik luister… Al met al probeer ik eventueel ongemak weg te halen. Dat zegt misschien meer iets over mij dan over mijn journalistieke kant. Ik doe dat omdat een portret in mijn ogen een samenwerking is. Ik vertel waar ik naartoe wil, vraag wat de ander wil en zorg voor goed contact met mijn geportretteerden.

Meestal schiet ik mijn portretten digitaal, zodat ik halverwege de shoot kan laten zien hoe het portret eruit ziet. Dat is voor mij onderdeel van het proces. De geportretteerde is vaak blij verrast met wat hij of zij ziet en poseert meteen een stuk zelfverzekerder.

Ik maak veel schrijversportretten. Auteurs leven vaak op zichzelf. Ze zijn het niet gewend om zichzelf te laten zien en hebben weinig foto-ervaring. Van poseren houden ze niet. Daarom help ik ze, zodat ze zich op hun gemak voelen. Ik geniet ervan als iemand steeds meer ontspant. Dat zie je vooral goed in het gezicht. Er zijn schrijvers die me terugvragen omdat ze zich op hun gemak voelen bij mij. Dat vind ik een heel fijn compliment."

"Je ziet de emotie goed op de zwart-wit-foto van Lightness. Het beeld spreekt voor zich"


De essentie van zwart-wit

"Haast al mijn analoge foto’s zijn zwart-wit. Als je zwart-wit werkt, breng je een foto terug naar de essentie. Ik maakte eens een reportage over kinderen met albinisme in Tanzania. Er is een foto die me dierbaar is. Daarop zie je het meisje met de beeldende naam Lightness. Zij heeft albinisme. Net als alle mensen in haar omgeving, draagt ze felgekleurde kleding. Ze is een jaar of 13 en wacht verlegen voor de kerk.

Iedereen om Lightness heen is donker en je ziet een klein meisje naar haar opkijken. Het meisje ziet dat Lightness anders is en steekt haar verbazing niet onder stoelen of banken. Ze observeert Lightness intensief.

Bij de kleurenfoto valt die blik niet zo op, omdat je vooral kijkt naar het geheel van kleuren. Maar in zwart-wit zie je hem heel goed. Ook zie je Lightness’ ongemak goed op de zwart-wit-foto. Er is geen ruis door het kleurengeweld. De emotie is voelbaar. Het beeld spreekt voor zich.”

In 2010 maakte ik de serie B.A.C.K./The Other Side of the Moon waarin ik juist speelde met het gebrek aan contact en emotie. Van een 12-tal BN-ers maakte ik met mijn Hasselblad een klassiek portret vanaf de schouders omhoog, maar dan van hun achterkant. Het effect is dat je ze dan nog steeds herkend! Het portret wordt op deze manier een soort landschap.

De serie heeft inmiddels in meerdere musea gehangen en was te zien op Art Amsterdam. Het is grappig als ik tijdens mijn fotolezingen een aantal van de portretten laat zien en het publiek laat raden van wie welk achterhoofd is. Tijdens de shoot zelf genoot ik van de verbazing van degenen die ik portretteerde. Ze geloofden niet dat ik echt alleen een achterhoofdfoto maakte en niet ‘ook even’ een voorkantje, nu ze er toch waren."

"Mijn 3 tips voor analoge fotografen bevatten 3 woorden: “intuïtie, kijken, licht"


Sacha's tips voor analoge fotografen:

  • Luister naar je intuïtie, zoals mijn buurman mij leerde!
  • Kijk goed en neem de tijd. Weet dat je juist bij analoge fotografie extra secuur te werk moet gaan
  • Leer het licht begrijpen. Je moet een goed belicht negatief hebben. Je kunt soms nog wel wat dingen redden in de doka maar niet alles. En weet dat je diepte krijgt in een foto door het juiste licht te vangen.
  • Meet je licht. Een lichtmeter hebben is onmisbaar, zeker als je werkt met zowel daglicht als kunstlicht. En als je een low-key-foto maakt, dan wordt alles grijs en grauw als je alles aan de camera overlaat. Als alles wit is, wordt het ook heel vlak. Je brengt diepte en mooie tinten aan, als je je instellingen aanpast aan het licht.
  • Bestudeer hoe het licht valt en weet waar het vandaan komt. Gebruik bijvoorbeeld je hand of vuist. Draai deze in de lichtbron of op de plek die je wil fotograferen. Zie hoe de schaduwen vallen. Hier kun je rekening mee houden bij het maken van de foto. Het allermooiste vind ik Rembrandtlicht bij het maken van een portret. Dan zie je bijvoorbeeld een driehoekje op iemands wang (door je onderwerp een klein beetje van het licht weg te laten draaien). Dit zorgt voor een prachtig diepgravend portret.

Wil je meer lezen over analoge fotografie? Lees dan ook ons interview met Jawad Maakor of bekijk onze tips-pagina!

Overzichtspagina