10 tips voor studiofotografie 

“I always prefer to work in the studio. It isolates people from their environment. They become in a sense... symbolic of themselves," aldus de Amerikaanse fashion- en portretfotograaf Richard Avedon.

Wil jij dit ook wel eens ervaren? Wil je je studio-fotografiekunsten oppakken en verbeteren? Neem dan deze 10 tips and tricks goed door. De tips gaan over materiaalgebruik, de omgang met het model, achtergronden, rekwisieten en de juiste instellingen. 

 

Materiaal | Omgang met het model | Achtergronden |Instellingen


Materiaal

Tip 1. Gebruik een lichtmeter

Een goede belichting is de basis van elke foto. Een lichtmeter geeft geen garantie op goed resultaat maar is wel een perfect hulpmiddel om de juiste belichtingsinstellingen te krijgen. De ingebouwde lichtmeter van de camera heeft het soms mis. Hiermee kun je dat voorkomen.

Ook portretfotograaf Brendan de Clercq is fan van lichtmeters: "Meten is weten. Ik wil weten wat mijn licht doet. Dan hoef ik me daar niet druk om te maken en kan ik me focussen op het creatieve."

 

Tip 2. De plaatsing van reflectieschermen 

Reflectieschermen zijn uitstekend te gebruiken in de studio. Wanneer er bijvoorbeeld een set-up is met slechts één lamp, kun je met een reflectiescherm schaduwen voorzien van invullicht.

Ook bij meer complexe lichtopstellingen zijn reflectieschermen onmisbaar. Als er meerdere lichtbronnen gebruikt worden is de kans op strooilicht op het onderwerp groter. Om dit tegen te gaan kun je gebruik maken van het zwarte deel van een reflectiescherm om het licht te blokkeren.


 

Tip 3. Lampen

Fotografen Toon en Wientjens zeggen over het gebruik van lampen: "Je hebt absoluut geen hele batterij lampen nodig om een goede foto te maken, integendeel. Wij maken de meeste foto’s met 1 of 2 lampen en/of een reflectiescherm. Begin eens met 1 lamp en schuif daarmee rond je model (ook in hoogte), dan zie je wat er gebeurt. Gebruik vooral je ogen en kijk waar licht en schaduw vallen. Direct meerdere lichtbronnen tegelijkertijd gebruiken schept verwarring.

Als je nog niet met studiolicht werkt, schaf dan eens één lamp aan (met bijvoorbeeld softbox en beautydish) in plaats van weer een camerabody. Een zinvolle aanschaf, want je vergroot je fotografische mogelijkheden meteen met een factor 10+! Als je budget het toelaat is een lamp met verwisselbare accu handig om ook (buiten) op locatie zonder stroom uit de voeten te kunnen."

Tip 4. Apparatuur...

Onderwater is er minder zonlicht dan boven het water. Hoe dieper je gaat, hoe donkerder het wordt. Het is daarom aan te raden om met het licht mee te fotograferen, zodat het licht op de voorzijde van je onderwerp valt.

Zorg dat je je onderwerp dichtbij in beeld brengt. Voor onderwaterfotografie geldt: "If you think you're close enough, get closer!" Het is ook mooi om ook omhoog te fotograferen, dan zie je een mooie lichtbreking en je foto’s zien er zo minder snel bewogen uit.
 

Omgang met het model

Tip 5. Ga voor natuurlijke poses

Fotografen Toonen en Wientjens geven de volgende tip: "Ga voor stijlvolle, natuurlijke poses en maak het vooral niet te ingewikkeld. Loop je vast, laat je model dan een pose maken die zij gaaf vindt, dat kan jou weer op het idee van nieuwe poses brengen. Laat je model niet altijd in de camera kijken, maar eroverheen, richting de lamp of naar een denkbeelding persoon in de ruimte."


 

Tip 6. Praat met het model 

Elke studiofotograaf zal beamen dat het belangrijk is om te praten met je model. Vantevoren, zodat je afspraken kunt maken (eventueel aan de hand van een moodboard) maar zeker ook tijdens de shoot. Toonen en Wientjes hebben dezelfde mening en zeggen hierover:  "Geef duidelijke aanwijzingen, laat gerust weten dat je model het goed doet en neem de tijd; je kunt beter 10 goede dan 100 ‘net niet’-foto’s schieten."

 

Achtergronden en rekwisieten

Tip 7. Een achtergrondsysteem

Misschien vanzelfsprekend, maar we geven deze tip voor de zekerheid toch mee: beweeg rustig in het water. Als je te snel beweegt, bestaat de kans dat je de onderwaterdieren wegjaagt. Het water wordt dan ook troebel door de deeltjes die bij de beweging loskomen van de grond.

Nog een nadeel van sneller bewegen is dat je zuurstof sneller opraakt en je dus minder lang onder water kunt blijven.

Tip 8. .................

Beelden worden onderwater vrij snel onscherp. Om dit te voorkomen, kun je een korte sluitertijd gebruiken (min. 1/200 of 1/250 sec, met een klein diafragma en de ISO-waarde zo laag mogelijk).

Bedenk wel dat je achtergrond dan donkerder wordt. Als je je meer op de achtergrond wil focussen, moet je juist wel weer een langere sluitertijd gebruiken. In dat geval heb je een camera met beeldstabilisatie nodig, om de bewegingsonscherpte minimaal te houden.


Instellingen

Tip 9. Standaardinstellingen 

Zorg dat je weet wat voor jou fijne standaardinstellingen zijn zodat je daar niet te veel mee bezig hoeft te zijn tijdens de shoot zelf. Veel studiofotografen houden hun ISO laag in de studio, zetten hun sluitertijd op 1/125  en stellen hun diafragma variabel in. Als je met externe lichtbronnen aan de slag gaat, is het bovendien belangrijk dat je de witbalans van je camera goed hebt ingesteld. Dit kun je doen aan de hand van een grijskaart. Als je echt iets speciaals doet, dan is het uiteraard belangrijk dat je de instellingen ook weer los kan laten en alles opnieuw handmatig instelt.

Je verlengt de levensduur van je materiaal door er zorgzaam mee om te gaan. Controleer je apparatuur regelmatig.

Tip 10. Speel met scherptediepte

Zorg dat je weet wat voor jou fijne standaardinstellingen zijn, zodat je 

In dit artikel van World Adventure Divers krijg je uitleg over de gratis App 'Gimp', waarmee je je onderwaterfoto’s kunt perfectioneren.

Overzichtspagina