Achtergrond
Een lichtstraal is voor het blote oog het beste te zien wanneer deze afsteekt tegen een donkerdere achtergrond. Zoek daarom bij het fotograferen van schemerstralen naar een achtergrond die het beeld diepte geeft, zoals een bomenrand. Breek je liever de regels? Zorg er dan voor dat je de voorgrond als silhouet gebruikt en de achtergrond juist licht is, zoals bij het beeld van de vissers op het water.
Camera
Er is niet een specifieke camera die gemaakt is voor het vastleggen van zonneharpen. Wel is belangrijk dat je op een handmatige (Manual) stand kunt werken om je instellingen aan te passen. Je werkt bij het vangen van lichtstralen op beeld namelijk veelal met tegenlicht en dit kan de lichtmeter die in je camera zit verwarren wanneer je een automatische stand gebruikt. Met als resultaat onder- of overbelichte beelden. Denk er wel over na, dat je bij een systeemcamera direct het resultaat van jouw instellingen kunt zien in de zoeker en op het LCD scherm i.v.m. het ontbreken van een spiegel. Bij een DSLR camera zie je het resultaat van jouw belichtingsinstellingen pas wanneer je de foto hebt gemaakt. Beide soorten camera's zijn geschikt voor het fotograferen van lichtstralen. Het is dus aan jou te beslissen wat je het prettigst vindt om mee te werken.
Dynamisch bereik
Het is prettig wanneer jouw camera een groot dynamisch bereik heeft, dan kun je namelijk veel nuances in licht en donker kan vastleggen. Wanneer je strooilicht vastlegt, werk je veelal met grote contrasten. Een full-frame camera heeft een groter dynamisch bereik vanwege de grotere sensor dan een camera met een kleinere APS-C sensor. Is het dynamisch bereik van jouw camera niet groot genoeg om zowel de details in de donkere als lichte delen in één beeld te vangen? Maak dan gebruik van de HDR methode.
Histogram
Aangezien je werkt met uitdagende lichtomstandigheden is het belangrijk dat je samenwerkt met het histogram van jouw camera. Deze grafiek laat namelijk de verdeling van de lichtintensiteit in jouw beeld zien. Van links (de donkere tonen) tot rechts (de lichte tonen). Je herkent onder- en overbelichting in dit histogram aan een volledig lege linker of rechterzijde van het beeld met aan de andere zijde een hoge piek die soms zelfs gedeeltelijk buiten beeld valt. Dan is het belangrijk de belichtingsinstellingen aan te passen. Houd het histogram van je camera daarom goed in de gaten wanneer je lichtstralen fotografeert.
Stops
Aangezien je vaak tegen het licht in staat wanneer je een foto maakt van een lichtbundel, kan de lichtmeter in je camera een andere inschatting maken en hiermee onder- of overbelichten. Dit gebeurt meestal wanneer je in een wat donkere omgeving werkt, zoals een bos. Probeer dan eens één of twee stops te onderbelichten. Hiervoor zul je met de instellingen van je camera moeten spelen. Je kunt in zo’n geval ook met exposure bracketing (HDR fotografie) gaan werken.
Spotmeting
Je kunt jouw camera op verschillende manieren het licht dat op de sensor valt laten meten. Bij een tegenlichtsituatie, zoals bij het fotograferen van de Jacobsladder, wordt een spotmeting het meest gebruikt. Bij zo’n spotmeting meet de sensor het licht voor een specifiek punt in jouw foto. Standaard is dit het midden van jouw beeld, maar dit punt kun je ook verleggen. Probeer het meetpunt eens te verleggen naar de lichtstraal voor een mooi resultaat.
Objectief
Je kunt zonneharpen vaak beter met een objectief vastleggen met een grotere brandpuntsafstand. De intensiteit van lichtstralen neemt namelijk voor het oog af, wanneer je dichterbij komt. Door in te zoomen zijn lichtbundels vaak sprekender dan wanneer je naar de lichtstralen toe loopt. Dit heeft te maken met de hoeveelheid deeltjes in de lucht die tussen jou en de lichtstralen het licht breken. Kom je dichterbij, dan zijn er minder deeltjes tussen jou en het onderwerp dan van veraf. Je kunt voor het fotograferen van lichtstralen zowel een prime lens als zoomlens met een grotere brandpuntsafstand gebruiken.
Per lens is het verschillend welk diafragma je het beste kunt gebruiken. Bij een lens met een kortere brandpuntsafstand is het makkelijker om met een kleine diafragmaopening te werken (hoog f/ getal) voor een grotere scherptediepte dan bij een lens met een grotere brandpuntsafstand. Bij een zoomlens bijvoorbeeld, werkt een grote diafragmaopening (klein getal) beter in verband met de hoeveelheid licht die wordt toegelaten tot de sensor. Werk je met een kleiner diafragma, dan zul je al snel een statief willen gebruiken (zet dan de stabilisatie uit) om bewegingsonscherpte tegen te gaan. Wil je de lichtbron in jouw foto stervormig uiterlijk geven? Gebruik dan een klein diafragma en plaats de lichtbron nét achter een object in de voorgrond.